Jong geleerd, oud
gedaan
100 jaar onderwijs Bouw & Omgeving
door Caroline
Stegewerns
In september
2010 is het honderd jaar geleden dat de 'Middelbare Technische School voor de
Bouwkunde' haar deuren opende aan de Vondellaan 2. Deze eerste - en daarmee
oudste - mts op bouwgebied in Nederland was een initiatief van de Nederlandsche
Aannemersbond. Deze mts werd hts, de hts ging op in de Hogeschool Utrecht en
werd uiteindelijk het huidige Instituut voor Gebouwde Omgeving (IGO). Vanwege
dit 100-jarig bestaan is er op 15 september 2010 een interne jubileumviering
met als thema 'Jong geleerd, oud gedaan'.
Hiddo
Velsink, de instituutsmanager van IGO, is de dagvoorzitter.
Openingsspeech
André Henken (voorzitter directie Faculteit Natuur
en Techniek)
André Henken opent
de interne jubileumviering. Hij ziet drie
ontwikkelingen sinds de oprichting van de school in 1910.
Ten eerste
groeide de school van klein naar groot. Er werd gestart met 42 leerlingen en 10
leraren (en 1 directeur), terwijl er vorig jaar voor het eerst meer dan 1600
leerlingen waren ingeschreven.
Ten tweede is
de school enorm verbreed. Was de school eerst alleen gericht op de bouwkunde,
inmiddels zijn er zes opleidingen: bouwkunde, bouwtechnische bedrijfskunde, civiele
techniek, geodesie, milieukunde en ruimtelijke ordening & planologie. De
'Utrechtse Ingenieur' integreert zijn vakgebied bovendien in een breder kader
en heeft oog voor de maatschappij.
Ten derde
ontleende het onderwijs vroeger zijn kracht aan de combinatie van praktijk en
theorie. Dat is nog steeds belangrijk: de school probeert het werkveld naar
binnen te halen en stuurt de studenten naar buiten voor stage en afstuderen.
Met de komst van de lectoraten is echter ook het onderzoek binnen de school
gekomen. Zo ontstaat er nu een innovatiedriehoek van onderwijs, onderzoek en
praktijk.
Lezing
'100 jaar onderwijs
Bouw & Omgeving: een terugblik'
Frida de Jong (techniekhistorica TU Delft)
[deze lezing wordt
separaat op de site geplaatst]
Panelgesprek
'Ervaringen in het
verleden geven wél garanties voor de toekomst'
Hiddo Velsink in gesprek met vijf
succesvolle alumni
Dagvoorzitter
Hiddo Velsink praat met vijf succesvolle alumni over hun ervaringen in school
en werk en hun adviezen aan de school voor de toekomst. De alumni stellen zich
voor.
Joost Wentink
(civiele techniek) is oud-directeur van GeoDelft/Deltares en vice-president van
het hoofdbestuur KIVI-NIRIA. Hij ziet in zijn werk vooral dat techniek steeds
meer geïntegreerd wordt.
Rick Pakkert
(civiele techniek) is senior projectmanager/groepshoofd Civiel Utrecht bij Tauw.
De combinatie van projecten doen en een afdeling opbouwen maakt het werk voor
hem interessant.
Bert de Graaf
(landmeetkunde) is associate partner/board room consultant bij Ecorys
Nederland. Hij is blij dat hij al 40 jaar mag werken en wil dat nog graag blijven
doen; hij heeft nog steeds 'lol in het werk'.
Marnix van
der Meer (bouwkunde) is directeur-oprichter van Zecc Architecten. Hij heeft
sinds zijn afstuderen in 1995 veel profijt gehad van het
technisch-ambachtelijke onderwijs dat hij hier toen nog genoot.
Jan Pesman
(bouwkunde) is directeur-oprichter van architectenbureau Cepezed, tevens
voorzitter KIVI-NIRIA Bouw. Hij heeft maar kort op de hts gezeten en deze al
snel verruild voor Delft. In die korte tijd in Utrecht heeft hij vooral ervaren
dat bouwkunde zo'n leuk vak is.
Hiddo Velsink
is benieuwd welke herinneringen de alumni aan de school hebben, welke anekdotes
hun bijblijven.
Bert de Graaf
studeerde in de roerige tijd dat studenten veranderingen en inspraak in het
onderwijs eisten. Als 'lastige student' werd hij eens eigenhandig door de
directeur de school uitgezet.
Joost Wentink
herinnert zich vooral het zeer klassikale systeem dat de school toen nog had.
Hij ging ieder jaar voorwaardelijk over. Aan de lessen heeft hij weinig
herinneringen overgehouden; het leukste was het bedelen bij aannemers om
sponsorgeld voor lustrums en dergelijke.
Rick Pakkert
deed zijn afstudeeronderzoek in de betonkelder aan de Vondellaan. Vaak bleven
ze daar nog laat. Een avond merkten ze dat ze opgesloten zaten, en ze moesten
lang wachten tot ze bevrijd werden ...
Hiddo Velsink
vraagt de alumni wat zij als belangrijke ontwikkelingen in het werkveld zien.
Joost Wentink
ziet dat het integraal denken een hoge vlucht heeft genomen. Je moet met je voeten
in de maatschappij staan. De opleidingen zijn zelf inmiddels ook breder
geworden. Voor hem is integraliteit: invoelen wat er buiten van je gevraagd
wordt. Er komen nieuwe taken als overleg met bewoners bij.
Bert de Graaf
signaleert dat de arbeidsmarkt flexibiliseert. In bedrijven worden vaste
contracten vervangen door losse verbanden - velen worden zzp'er, wat meer
ondernemerschap vereist. Daarom vindt hij ondernemerschap een belangrijke competentie
voor de huidige studenten.
In aansluiting
daarop ziet Rick Pakkert dat er steeds meer samengewerkt wordt, zowel tussen
bureaus en zzp'ers als tussen bureaus onderling. De projecten worden zo groot
dat je ze als bureau niet meer in je eentje kunt doen.
Jan Pesman
merkt op dat in ieder project het samenwerkingsverband volledig anders is - er
worden steeds nieuwe combinaties gemaakt.
Marnix van
der Meer ziet bij deze integrale teams helaas veel voorbeelden dat de
afzonderlijke partijen te weinig kennis hebben. Hij ziet een gevaar in de
versnippering die het teamwerk met zich meebrengt. De opdrachtgever heeft volgens
hem het liefst één deskundige aanspreekpersoon.
Hiddo Velsink
stelt dat er in het onderwijs veel verandert, maar dat er ook constanten zijn. Wat
zijn vaste waarden? Waarin moet de school met de beroepspraktijk mee veranderen?
Bert de Graaf
ziet logisch denken en de wiskundige algoritmes van de geodeet als vaste onderdelen
van het onderwijs - die blijf je nodig hebben. Daarnaast ziet hij als
belangrijke kenmerken voor de ondernemer: creatief zijn, waarde creëren in de
projecten die je uitvoert, kansen zien & pakken. De huidige discussie over
duurzaamheid laat volgens hem zien wat de nieuwe opgave voor de toekomst is.
Marnix van
der Meer ziet als belangrijke verandering voor het onderwijs dat vroeger
nieuwbouw centraal stond (zowel op
school als in de praktijk), terwijl het nu vooral moet gaan over het omgaan met
het huidige bouwbestand.
Jan Pesman
voegt hier de enorme leegstand op de kantorenmarkt aan toe. Dat betekent dat
niet nieuwbouw, maar 'total refit' van kantoren het thema moet zijn van
onderwijs én praktijk.
Joost Wentink
merkt op dat er veel gepraat wordt over het verbeteren van de energieprestatie
van gebouwen, maar dat niet iedereen zich realiseert dat deze vooral in de
bestaande voorraad gerealiseerd moet worden. Veel aannemers zien een
energieprestatie van 0 voor nieuwbouw al als een lastige opgave, laat staan
voor bestaande bouw. Toch is daar de grootste winst te behalen.
Daarop stelt
Bert de Graaf voor in het onderwijs een nieuw vak op te nemen: het managen van
de bestaande voorraad.
Rick Pakkert
ziet dat er nu vooral individuele afstudeerders bij Tauw binnenkomen om daar
hun afstudeeronderzoek te doen. Gezien de grootte en complexiteit van de
vraagstukken verwacht hij in de toekomst grote projecten bij de HU te brengen,
opdat daar gezamenlijk aan gewerkt kan worden.
Jan Pesman,
jurylid van de Staalprijs, sluit af met het compliment dat hij vaak onder de
indruk is van de prestaties die afstudeerders van IGO nu leveren.
Studentenprojecten
'Hoe studenten van nu
bouwen aan het Utrecht van straks'
Peter Leune,
Marnix Gallegos Ruiz, Marthe Alberts
Drie ex-studenten
presenteren kort hun afstudeerproject. Ze geven daarmee een beeld van het
niveau van (bovengemiddeld) afstudeerwerk.
Peter Leune was student bij de opleiding bouwkunde
duaal. Als duaal student combineerde hij de opleiding met zijn werk bij de
Burgland Groep. In zijn afstudeerproject onderzocht hij hoe de Burgland Groep
zich kan verbeteren op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijk
verantwoord ondernemen. Binnen het bedrijf ontbraken duidelijke doelen en
afspraken op dat vlak, met name op op het onderdeel 'planet' (milieu). In het
afstudeerproject deed hij onder andere een milieu-risicoinventarisatie en
stelde maatregelen op zoals een milieu-checklist voor projecten. Zijn onderzoek
leidde tot een advies aan de directie en ook wordt gewerkt aan de certificering
van het bedrijf voor ISO 14001.
Marnix Gallegos Ruiz deed met een medestudent een
afstudeeronderzoek voor de opleiding civiele techniek in opdracht van Structon.
Ten behoeve van de aanleg van de Noord-Zuidlijn bij Amsterdam CS was er nog
geen oplossing gevonden voor de aansluiting van de bouwkuip van het Voorplein
op de afzinktunnel onder het station. Hoe kon de sluitvoeg gemaakt worden in
deze weinig stabiele ondergrond? De twee studenten bedachten als oplossing om
de grond rond de voeg door middel van een pekelleiding te bevriezen. Daardoor
kon het beton toch in het droge aangelegd worden. De studenten maakten een integraal
ontwerp waarin niet alleen deze techniek, maar ook uitvoeringsmanagement,
kosten en planning een plek kregen. Dit leverde hun de Keverling Buismanprijs
2009 van KIVI op.
Marnix waardeerde
bij IGO vooral de praktische opleiding, waarbij hij leerde zelfstandig werken
en samenwerken in een team.
Marthe Alberts studeerde ruimtelijke ordening &
planologie. Ze deed een afstudeerproject naar de kwaliteit van centrumplannen
in opdracht van Soeters Van Eldonk architecten. Daarbij onderzocht ze
centrumplannen van diverse gemeenten op aspecten zoals structuur, verkeer,
profielmaat, functies en parkeren. Uit een enquête bleek dat gebruikers niet
alleen het winkelaanbod, maar ook cafés en terrassen belangrijk vinden. De
ontwerpinstrumenten die het onderzoek opleverde, paste ze toe op het Utrechtse
winkelcentrum Overvecht. In het ontwerp vormen een concentrische structuur, een
afwisselend en open profiel, voldoende fietsenstallingen en een gevarieerd
aanbod aan functies de uitgangspunten.
Vervolgens
geven de vijf alumni een korte reactie op de getoonde afstudeerprojecten. Jan
Pesman waardeert dat de studenten veel actuelere problemen bij de kop nemen dan
vroeger het geval was. Marnix van der Meer vindt dat de studenten veel vrijheid
krijgen, wat leuk is voor de student, maar wel verbaast hij zich over de weinig
technische inhoud van het bouwkundeproject. Bert de Graaf vindt het een goede
zaak dat ook de gebruiker bij het ontwerp betrokken wordt, zoals in het project
naar centrumplannen. Rick Pakkert merkt op dat afstuderen meer vernieuwend en
daarmee interessanter is geworden - je studeert niet meer af 'op een rotonde'.
Joost Wentink waardeert dat alle drie projecten praktijkgeoriënteerd zijn. Hij
vindt het ook bijzonder dat zo'n complexe opgave als de Noord-Zuidlijn onderwerp
van een afstudeerproject kan en mag zijn - en niet alleen werk voor een
constructeur met 10 jaar ervaring ...
Feestelijke start
100-jarig jubileum
Jan Bogerd, Harrie Bosch, Wouter de
Jong en Jan Overtoom
Het
jubileumjaar wordt geopend door vier prominenten uit bouw, politiek en
onderwijs die elk een draadnagel in een boomstam slaan.
Wouter de
Jong, gedeputeerde Wonen, Milieu, Duurzaamheid en Strategie van de provincie
Utrecht, kan hierbij niet aanwezig zijn. Hij houdt eerder op de middag al een
pleidooi voor het project "Utrecht 2040", dat een duurzamere
provincie Utrecht beoogt. De bebouwde omgeving is hierbij een belangrijk
vraagstuk. Ten eerste moet de bestaande gebouwde omgeving heringericht en
hergestructureerd worden, zodanig dat deze energiebesparend en zo mogelijk
energieleverend wordt. Dit vraagt van de bouwsector een innovatieve houding -
innovatie is volgens hem dé kans voor de bouwsector om ook in de economische
crisis nog groei te realiseren. Ten tweede is verbreding en integraliteit in
bouw & onderwijs noodzakelijk: naast technische innovaties is er behoefte
aan financieel-organisatorische innovaties en sociaal-psychologische kennis om
burgers en corporaties te motiveren tot verduurzaming.
André Henken,
voorzitter van de faculteitsdirectie, slaat een draadnagel in de boomstam. Hij
stelt dat de studenten sensitief moeten zijn voor wat maatschappelijk speelt en
daarvoor innovatief oplossingen moeten zoeken.
Jan Bogerd, lid
van het college van bestuur van Hogeschool Utrecht, brengt hulde aan alle
docenten van de afgelopen 100 jaar die door hun inzet dit jubileum mogelijk hebben
gemaakt.
Harrie Bosch,
wethouder Ruimtelijke Ordening en Wonen in de gemeente Utrecht, ziet allerlei
ruimtelijke ontwikkelingen in zijn gemeente, zoals het winkelcentrum in
Overvecht (zie hierboven) en de grote overkapping van de A2. Hij is blij dat
zoveel studenten daar ook aan meewerken.
Jan Overtoom,
regiomanager Randstad Noord van Bouwend Nederland, herinnert eraan dat de
oprichting van de school in 1910 een initiatief was van de Nederlandsche
Aannemersbond. Hij geeft aan dat ook in 2010 de bouworganisaties nog steeds
betrokkenheid voelen bij de school. Om dat te laten zien zal bij de externe
jubileumviering een cadeau aan de school worden aangeboden, waarvan hij nu
alvast een "voorproefje" geeft: een ingelijste tekening van de oude
school aan de Vondellaan.